Ik werk nu ruim twee jaar als docent Nt-2 binnen het Cybersoek-project Taal & Ouderbetrokkenheid.
In de koffiekamers van de Insulindeschool en de Flevoparkschool geef ik Nederlandse les aan
moeders met kinderen op die scholen. Mijn collega Jose ontvangt de dames op Cybersoek voor de
computerlessen. Een concreet voorbeeld van ouderbetrokkenheid is dat we oefenen met de tien-
minutengesprekjes en ik ben reuzetrots dat alle moeders dit jaar zelf naar deze rapportbesprekingen
zijn gegaan. Ook de vrouwen die dat eerst niet durfden of wiens man dat voorheen alleen deed.
De taalnivo’s van de cursisten variëren enorm en het geweldige van Cybersoek is dat ik het helemaal
niet alleen hoef te doen. Peter, Zohra - vorig jaar nog een cursist - en Amira zijn mijn vrijwillige
collega’s in de klas. Hun persoonlijke inbreng verhoogt het nivo van de lessen en maakt de klassen
hechter. Peter nam dit jaar de bijbel en de koran mee – hij weet er alles van. En Zohra gaf in het
kader van ons bezoek aan het Verzetsmuseum een lesje over Anne Frank, ze houdt van geschiedenis.
In Cybersoek staan Martha en Bas en nog meer vrijwilligers klaar om de jongste kroost van de
moeders op te vangen. Dat is een enorm voordeel, want veel jonge moeders stellen de taallessen uit
omdat er geen kinderopvang is, of die is te duur. Een heel team van Cybersoek maakt dit project
mogelijk. En binnen dat team heb je alle ruimte en zelfstandigheid om jouw werk vorm te geven.
Het mooiste is om iedereen stappen te zien durven maken. De stap je huis uit, de stap naar de
docent van je kind, de stap naar de bibliotheek of naar de open inloop van Cybersoek, de stap om
iets harder te praten of juist iets zachter, te zeggen wat je weet of juist wat je niet weet, kortom: de
stap naar het andere of de ander waardoor je doet gebeuren en niet laat gebeuren. En dus groeit.
Samen met Sandra begeleidt ik dit jaar de Breihoek Cybersoek.Sandra als breiprof en ik als taalprof.
Vrouwen die verschillen in cultuur en leeftijd maar niet in dit: dat ze graag breien! En daarvoor en
daardoor doorbreken ze allerlei barrières. Voor het eerst aan de computer om breipatronen op te
zoeken. Voor het eerst in staat om patronen uit een Nederlands handwerkmagazine, gekocht in de
jaren 60, te lezen omdat er eindelijk iemand is die de Nederlandse woorden daarin uitlegt. Of voor
het eerst zonder schaamte Nederlands spreken omdat dat hier wel moet met al die verschillen. Ik
ken vrouwen die al meer dan 25 jaar hier zijn en zich nog steeds onzeker voelen om te praten. Niet
omdat ze niet genoeg kunnen – ze hebben al veel Nederlandse les gehad -, maar omdat ze dat
denken en zich schamen. In de Breihoek hoor ik die vrouwen voor het eerst in hun leven een
gesprekje in het Nederlands opzetten, net zo makkelijk als dat ze een niew werkje op hun naalden
zetten. Of dat nu komt omdat alle ogen op bedrijvige handen gericht zijn, en niet op jou – of niet. Feit
is: De Breihoek werkt.
|